In Nederland zullen de prijzen van koopwoningen zowel dit jaar als volgend jaar met gemiddeld 2,5 procent stijgen. Echter, de betaalbaarheid van woningen komt nu wel onder druk te staan. Dit zijn twee belangrijke conclusies uit het onlangs verschenen Kwartaalbericht Woningmarkt.
Ten opzichte van het kwartaalbericht van drie maanden geleden, is de stijging van de huizenprijzen met 2,5 procent een kleine neerwaartse bijstelling. Dit wordt vooral veroorzaakt door het snel oplopen van de hypotheekrente. De stijging van de huizenprijzen ligt nu voor het eerst sinds 2003 lager dan het inflatietempo.
Opvallend is wel, dat er steeds grotere verschillen zijn waar te nemen tussen de verschillende regio’s. Zo is de gemiddelde huizenprijs in Zuid-Holland lager dan het landelijk gemiddelde. Regionale verschillen lijken een trend te worden.
Op nationaal niveau neemt het woningaanbod toe. Dat komt doordat enerzijds meer bewoonde woningen te koop staan. Anderzijds worden er meer nieuwbouwwoningen opgeleverd. Woningzoekers hebben dus meer keus.
Hoewel de betaalbaarheid van woningen is afgenomen in het tweede kwartaal, heeft het overgrote deel van de woningbezitters hiervan geen last. De afgenomen betaalbaarheid komt vooral door de sterkere stijging van de rentetarieven voor hypotheken. Voor kopers van een nieuwe woning biedt zelfs de hogere loonstijging onvoldoende compensatie. De maximale hypotheeksom die men kan lenen, neemt hierdoor per saldo af. Huishoudens die reeds een woning bezitten profiteren wel van een hoger inkomen. Hun woonquote daalt.
Het gros van de Nederlandse huishoudens met een hypotheek merkt dus vooralsnog weinig tot niets van de hogere rentetarieven. Zij hebben in het verleden gekozen voor een lange rentevaste periode. Bovendien kunnen zij vaak hun hypotheek meenemen als zij verhuizen. Uitsluitend bij de verhoging van hun hypotheek en bij het aflopen van de rentevaste periode voelen zij de hogere tarieven in hun portemonnee. Starters hebben deze voordelen niet, waardoor hun situatie verder is verslechterd.


